Liefde voor dieren: aandacht is soms meer waard dan een snoepje

Door Emily Faber

Al zolang ik me kan herinneren, ben ik gek op dieren.

Ik vond het geweldig om tijdens een schooluitje een vogelspin op mijn hand te houden. Een slang om mijn nek vond ik spannend, maar ook bijzonder. En mijn eigen kat?

Die zou ik voor geen goud willen missen.

Ik ben daarin natuurlijk niet de enige.

Heel veel mensen hebben een bijzondere band met hun huisdier. Een hond die enthousiast naar de deur rent wanneer je thuiskomt. Een kat die naast je komt liggen wanneer je op de bank zit. Een konijn dat precies weet wanneer er eten aankomt.

Dieren worden onderdeel van je dagelijks leven.

En soms zelfs onderdeel van je gezin.

Liefde hoeft niet altijd iets lekkers te zijn

Juist omdat we zoveel van onze dieren houden, willen we ze graag verwennen.

Een snoepje hier.

Nog eentje daar.

Want kijk eens hoe lief hij kijkt.

Ik ken dat zelf ook.

Toch is meer eten niet automatisch meer liefde.

Te veel tussendoortjes kunnen ervoor zorgen dat een huisdier te zwaar wordt. Organisaties die zich bezighouden met diergezondheid adviseren daarom om traktaties beperkt te houden en ze mee te rekenen in de dagelijkse hoeveelheid voeding.

Bij katten adviseert de World Small Animal Veterinary Association bijvoorbeeld dat snacks niet meer dan ongeveer tien procent van de dagelijkse calorie-inname uitmaken.

Dat vond ik eigenlijk een mooie herinnering.

Want een dier verwennen kan ook anders.

Spelen.

Knuffelen.

Een wandeling maken.

Een nieuw spelletje bedenken.

Of gewoon even naast elkaar zitten.

Mijn kat heeft geen snoepje nodig om te weten dat ik van hem houd

Mijn kat krijgt natuurlijk ook weleens iets lekkers.

Maar volgens mij zit onze band niet in het aantal snoepjes dat ik hem geef.

Het zit veel meer in die kleine momenten.

Dat hij bij me komt liggen.

Dat ik hem aai.

Dat hij begint te spinnen.

Dat we elkaar opzoeken.

Ook dierenorganisaties wijzen erop dat aandacht, spelen en knuffelen goede alternatieven kunnen zijn voor eten als beloning.

Dat vind ik eigenlijk veel mooier dan gedachteloos nog een snack geven.

Dieren kunnen ons een goed gevoel geven

Contact met dieren kan ook iets met mensen doen.

Veel mensen herkennen waarschijnlijk het gevoel dat je na een drukke dag even rustig wordt wanneer je een hond of kat aait.

Daar is ook onderzoek naar gedaan.

Interactie tussen mensen en honden wordt in verschillende onderzoeken in verband gebracht met veranderingen in stressmarkers zoals cortisol en soms oxytocine.

Maar het verhaal is ingewikkelder dan simpelweg zeggen:

“Je aait een hond en daardoor maak je automatisch gelukshormonen aan.”

De wetenschappelijke resultaten verschillen per onderzoek en per meetmethode. Wel zijn er aanwijzingen dat positief contact met honden kan bijdragen aan ontspanning, verbondenheid en vermindering van stress.

Dat vind ik eigenlijk al mooi genoeg.

Soms lijkt mijn kat precies te weten wat ik nodig heb

Ik herken dat zelf heel sterk.

Soms heb je gewoon je dag niet.

Je bent moe.

Iets is mislukt.

Je hoofd zit vol.

En dan komt je huisdier ineens bij je liggen.

Ik weet natuurlijk niet precies wat mijn kat op zo’n moment denkt.

Misschien denkt hij vooral:

hé, daar is een lekker warm plekje.

Maar dat maakt mij eigenlijk niets uit.

Het contact helpt.

Even aaien.

Even dat gespin horen.

Even nergens anders mee bezig zijn.

Dieren hoeven onze problemen niet op te lossen om iets voor ons te betekenen.

Dieren denken anders dan wij

Mensen plaatsen menselijke intelligentie vaak boven die van dieren.

Maar ik vind die vergelijking soms vreemd.

Een kat hoeft geen wiskundesom te kunnen maken.

Een vogel hoeft geen boek te schrijven.

Een hond hoeft niet te begrijpen hoe belastingaangifte werkt.

Dieren hebben hun eigen manieren om informatie te verwerken, problemen op te lossen, te communiceren en zich aan hun omgeving aan te passen.

De vraag is daarom misschien niet:

zijn dieren net zo intelligent als mensen?

Maar:

wat kan dit dier en hoe ervaart het zijn wereld?

Als je op die manier kijkt, wordt de dierenwereld alleen maar interessanter.

Respect voor dieren

Mijn liefde voor dieren heeft ook invloed gehad op mijn eigen keuzes.

Sinds enige tijd eet ik geen vlees meer.

Dat is een persoonlijke beslissing.

Ik verwacht niet dat iedereen hetzelfde doet.

Zoals ik eerder schreef in mijn artikel over dierenwelzijn en boeren, denk ik dat de discussie veel ingewikkelder is dan alleen vlees eten tegenover geen vlees eten.

Maar voor mijzelf voelde dit als een logische keuze.

Ik wil dieren met respect behandelen.

Dieren leren ons zorgen

Ik denk dat samenleven met een dier ook iets kan leren.

Een huisdier heeft iedere dag eten nodig.

Vers water.

Beweging.

Aandacht.

Een schone leefomgeving.

Medische zorg wanneer dat nodig is.

Je kunt niet zeggen:

vandaag heb ik even geen zin om verantwoordelijk te zijn.

Dat dier is afhankelijk van jou.

Zeker voor kinderen kan het verzorgen van een huisdier daarom een mooie manier zijn om iets te leren over verantwoordelijkheid.

Natuurlijk blijft een volwassene uiteindelijk verantwoordelijk voor de verzorging.

Een huisdier aanschaffen alleen om een kind “verantwoordelijkheid te leren” lijkt mij geen goed idee.

Het dier zelf verdient namelijk ook een stabiel en goed thuis.

Dieren zijn geen speelgoed

Dat vind ik belangrijk.

Een puppy is schattig.

Een kitten ook.

Maar ze blijven niet altijd klein.

Ze kunnen ziek worden.

Ze kosten geld.

Ze maken dingen kapot.

Ze kunnen gedrag laten zien dat je lastig vindt.

En ze kunnen jarenlang bij je blijven.

Liefde voor dieren betekent daarom ook verantwoordelijkheid nemen wanneer het even minder leuk is.

Een bang dier is niet automatisch een agressief dier

Laatst sprak ik iemand met een hond die uit Oekraïne kwam.

Het dier was erg angstig.

Dat vond ik aangrijpend om te zien.

Mijn eerste gedachte was:

wat heeft dit dier allemaal meegemaakt?

Toch moeten we voorzichtig zijn met aannames.

Een dier kan angstig of agressief gedrag vertonen door allerlei factoren.

Ervaringen uit het verleden kunnen een rol spelen, maar ook pijn, ziekte, erfelijke eigenschappen, onvoldoende socialisatie of de situatie waarin het dier zich bevindt.

Gedrag alleen vertelt daarom nooit het hele verhaal.

Zelfs dierenartsen waarschuwen ervoor dat je uit angstig of agressief gedrag niet zonder meer kunt afleiden dat een dier mishandeld of getraumatiseerd is.

Juist angst vraagt om geduld

Wat je wel kunt zien, is dat een bang dier ondersteuning nodig heeft.

Rust.

Voorspelbaarheid.

Veiligheid.

En soms professionele begeleiding.

Niet ieder dier wordt door veel knuffelen automatisch minder bang.

Sommige dieren hebben juist ruimte nodig.

Ook dat is liefde:

leren kijken naar wat het dier zelf nodig heeft.

Niet alleen naar wat wij graag zouden willen geven.

Liefde betekent ook grenzen stellen

Eigenlijk lijkt dat een beetje op opvoeding.

Van iemand houden betekent niet dat je altijd alles geeft wat diegene wil.

Dat geldt ook voor dieren.

Een kat die blijft miauwen om eten, hoeft niet iedere keer iets te krijgen.

Een hond die smeekt om tafelrestjes, hoeft die niet automatisch te krijgen.

Te veel eten kan juist schadelijk zijn.

Overgewicht bij katten wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met gezondheidsproblemen zoals diabetes, gewrichtsproblemen en ademhalingsproblemen.

Soms is nee zeggen dus ook zorgen.

Liefde voor dieren hoeft niet perfect te zijn

Ik denk niet dat je een perfecte dierenliefhebber hoeft te zijn.

Ik ben dat zelf ook niet.

We leren.

We maken keuzes.

Soms veranderen onze ideeën.

Het belangrijkste vind ik dat we bereid blijven om naar dieren te kijken als levende wezens waarvoor wij verantwoordelijkheid dragen.

Niet als gebruiksvoorwerpen.

Niet als accessoires.

En niet alleen als iets dat ons plezier moet geven.

Ook wilde dieren verdienen ruimte

Mijn liefde voor dieren stopt niet bij huisdieren.

Wilde dieren hebben misschien juist iets anders van ons nodig.

Geen knuffel.

Geen snoepje.

Maar ruimte.

Een leefomgeving.

Rust.

Bescherming tegen vervuiling en vernietiging van hun leefgebied.

Soms betekent houden van dieren dus juist:

ze met rust laten.

We kunnen niet ieder probleem oplossen

Als ik kijk naar dierenleed, oorlog, armoede of natuurverlies kan ik daar soms somber van worden.

Het is verleidelijk om te denken dat wij als individu alle problemen moeten oplossen.

Dat kunnen we niet.

Ik kan niet in mijn eentje alle dieren redden.

Maar ik kan wel nadenken over mijn eigen keuzes.

Goed voor mijn kat zorgen.

Bewust omgaan met voedsel.

Een organisatie steunen die dieren helpt.

Een dier in nood melden.

Of simpelweg respectvoller omgaan met alles wat leeft.

Begin dichtbij

Misschien hoeft een betere wereld niet altijd te beginnen met iets enorms.

Misschien begint het soms gewoon thuis.

Met zorgen voor het dier dat naast je op de bank ligt.

Met minder vaak een snoepje en wat vaker een spelletje.

Met aandacht.

Met geduld.

Met verantwoordelijkheid.

Want liefde voor dieren zit volgens mij niet in hoeveel je ze geeft.

Het zit vooral in hoe goed je naar ze kijkt en voor ze zorgt.

En als we dat iets vaker doen, maken we de wereld misschien inderdaad een klein beetje mooier.

Voor dieren én voor onszelf.

Bronnen en verder lezen



Emily Faber

Emily Faber schrijft over dierenwelzijn, de band tussen mens en dier en maatschappelijke onderwerpen die haar persoonlijk raken. Ze is van jongs af aan gek op dieren en schrijft graag over wat dieren ons kunnen leren over zorg, verantwoordelijkheid en verbondenheid.

Naast haar liefde voor dieren is Emily geïnteresseerd in psychologie, persoonlijke ontwikkeling, onderwijs en maatschappelijke vraagstukken. Ze studeert rechten en schreef eerder het boek Het leven door de ogen van een tiener.

In haar artikelen combineert ze persoonlijke ervaringen met haar nieuwsgierigheid naar hoe mensen met dieren, elkaar en de wereld om hen heen omgaan.

Lees ook van Emily Faber

Emily Faber schrijft binnen het IFmedia-netwerk over dierenwelzijn, natuur, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke onderwerpen.